Tagarchief: Kern

Koekoek

Het is inmiddels een kleine traditie dat zoekers uit het noorden van het land eenmaal per jaar de zoekers in Twente bijstaan in hun onderzoek naar de vindplaats te Mander. Het is een prachtige plek, voor een noorderling voelt het bijna als ‘buitenland’. Op de achtergrond een keur aan vogels, en wat minder op de achtergrond maar wel onzichtbaar een koekoek. Zouden de artefacten zich wel laten zien?

Wat betreft het weer hadden we weinig te klagen met een zonovergoten dag. De droogte en de het feit dat de akker deels omgewerkt was voor het inzaaien van de maïs maakte de zichtbaarheid niet heel goed.

Zoeken te Mander op een uitgedroogde akker.

Het materiaal in Mander is wat gefragmenteerder dan wat we in Peest gewend zijn. Dat geeft een extra uitdaging in het herkennen van de stukken. Door de afwezigheid van Marcel, onze MP-specialist, hadden we een veel rijkere oogst dan we gehad zouden hebben als hij er wel bij was geweest. Zo meenden we een schaaf gevonden te hebben, maar die werd uiteindelijk toch afgekeurd. Voor niets geposeerd voor de foto!

Een eerste schifting in de vondsten werd al bij de lunch gemaakt. De helft viel hier al af.

Toch mochten we niet ontevreden zijn: een aantal afslagen en een kernfragment. Bij een eerdere zoektocht die week was er al een prachtige transversale schaaf opgeraapt.

Randgevallen

Na precies een maand werd het tijd voor een controlerondje op de vindplaats Peest. Helaas moest dit vanwege de maatregelen ter voorkoming van verdere verspreiding van het coronavirus beperkt blijven tot twee personen. Marcel was eerder in april begonnen met refitten van de stukken van concentratie B. Hij wilde nog wel eens in de steenhopen kijken die de auteur dezes en ook anderen langs de akkerrand hadden gedeponeerd; soms zijn er amorfe stukken die mogelijk toch passend zijn aan stukken die wel genoeg kenmerken hebben voor herkenning als artefact.

De weergoden waren ons gunstig gezind; het was half bewolkt met een vrij frisse noordelijke wind. Het zicht op de akker was echter matig tot slecht. Resten van aardappelloof en uitgedroogde mest ontnamen een groot deel van het zicht. Door gebrek aan regen de afgelopen maand waren ook geen nieuwe stenen vrij komen te liggen.

Marcel zoekt stenen langs de akker uit.
Marcel zoekt stenen uit die bij eerdere survey’s langs de akker zijn gedeponeerd.

Sommigen uit de groep verzamelen alle stenen die ze oprapen in een plastic tas. De gedachte is dat dit bijdraagt aan een efficiëntere manier van zoeken. Het bukken, het schoonmaken, en het bekijken van de steen en het eventueel raadplegen van deskundigen kost tijd. Als je dat meerdere malen voor dezelfde steen doet, omdat je (of iemand anders) de steen bij een vorige bezoek hebt laten liggen, dan voel je je toch een beetje een ezel.

We hadden pas één baantje over de wending gelopen of Marcel dook op de afvalhoopjes langs de akker. Bovenop het eerste hoopje zag hij meteen een kern stralen. Dat was onverwacht. Oei, oei, wie heeft hier iets over het hoofd gezien? Een bedrijfsongevalletje zullen we maar zeggen, door modder en ontij.

Gelijk bij de eerste inspectie werd een Midden Paleolithische kern uit de afvalhoop gevist.

Het was niet het enige ongevalletje. Later werd elders nog een Mesolithische kern uit een hoopje gevist. En bij bestudering van de stenen thuis kwam er nog een Midden Paleolithische tevoorschijn. Kernen zijn kennelijk wat moeilijker te herkennen dan vuistbijlen… en afslagen.

Na Peest B zijn we naar Langelo gereden. Het stond al tijden op het programma om bij die ene afslag nog wat meer te vinden. De akker was net omgewerkt en erg stoffig. Hierdoor was het zicht slecht. Na één keer heen en weer gegaan te zijn, zijn we ermee gestopt.

Als kers op de taart raapte Gijsbert nog een Mesolithisch afslagje op bij de auto. Het ligt er dus wel.

Foute afslag?

De storm van een week eerder was gaan liggen en weer opgestaan. Toch gingen we weer het veld in bij Peest. Marcel moest een lezing geven voor Staatsbosbeheer en dat kon mooi gecombineerd worden met een zoektocht. We waren met 9 man sterk, die de stormachtige wind, de hagel en de regen wilden trotseren. Door de vele regen stonden er behoorlijk wat plassen op de akker.

Het zoeken op de natte akkers in stormachtige wind met hagel en regen bleef toch niet zonder resultaat.

Deze keer stond concentratie A, het vuistbijlvak, en die zijde van de akker op het programma. Er was al geruime tijd geen vondst meer uit die zijde gekomen. Een controlezoektocht was op zijn plaats.

Al vrij snel na ons vertrek raapte Marcel een eerste afslag op. Dat was dan ook de oogst voor de ochtend. Hij moest eerst van het veld af voordat er weer gescoord kon worden. De eerstvolgende treffer kwam van Johan; een enorme afslag van zeer grofkorrelige vuursteen. Hierdoor waren details slecht te zien; desalniettemin is het stuk herkend in ingemeten.

Johan met zijn enorme afslag.

Hierna was het de beurt aan Giel. Hij vond een afslag de extreem scheef was, waardoor twijfel was gerezen of het er wel een was. Was het wel een goede? Of was het een foute?

De extreem scheve afslag van Giel.

Als we kijken naar de ‘kern’ / ‘halffabricaat van een vuistbijl’, eerder opgeraapt door Giel, dan zien we precies waar een dergelijke scheve afslag vandaan kan komen.

De kern of halffabricaat van een vuistbijl toon waar zeer scheve afslagen vandaan komen: in dit geval een negatief ervan die midden boven begint en schuin naar rechts onder loopt.

Het feest was nog niet voorbij: want Johan raapte nog een fragment van een afslag op. En Pierre mocht zich de gelukkige vinder noemen van een mogelijk kernfragment. Troostprijzen waren er ook: namelijk nogal wat mesolithisch materiaal.

De vrijwilligers van Staatsbosbeheer hadden op de vrijwilligersdag onder andere een lezing van Marcel Niekus, die hun daarna mee het veld in nam.

Tijdens de zoektocht kregen we bezoek van de vrijwilligers van Staatsbosbeheer.

Na afloop mochten we aanschuiven bij de borrel van Staatbosbeheer