Tagarchief: Vuistbijl

Fit!

We wisten het eigenlijk wel zeker, maar het is nu officieel: het vuistbijlfragment dat eerder dit jaar door Henk werd opgeraapt in Peest, heeft een passend fragment uit de opgraving van 2011.

De vuistbijl van Henk met een passend stuk uit de opgraving van 2011.

We zijn er nog niet: de basis ontbreekt nog en het puntje; beide door vorstsplijting afgesplitst, gezien de windlak in het Boven-Pleniglaciaal (ca. 27.000-14.500 jaar geleden). Tijd voor een nieuw zoekseizoen.

Veegronde

Na enige regen in de voorafgaande week, begon het bij Marcel toch te kriebelen om weer op pad te gaan in Peest. De vorige keer was door gebrek aan neerslag de zichtbaarheid beroerd. Een appje aan de boer leverde zowaar een positieve reactie op: we mochten met een paar man het veld op; de akker was al ingezaaid met maïs.

Gedrieën trokken we erop uit. Het was half bewolkt en de akker was redelijk afgespoeld: goede condities om er een mooie dag van te maken.

Al redelijk snel raapte Henk in concentratie B een afslag op.

De afslag van Henk wordt ingemeten.

Hierna volgden nog twee afslagen. Één ervan was verbrand. Dat is toch wel bijzonder. De vraag blijft dan altijd of de verbranding uit het Paleolithicum stamt, of van recenter datum is.

Na concentratie B, zijn we via concentratie C naar concentratie A gelopen. Het is toch steeds weer opmerkelijk dat langs de verre zijde, waar in het begin van de survey-campagne toch veel stukken zijn opgeraapt, daar nu al jaren niets meer gevonden wordt.

Concentratie A leverde tot onze grote verrassing een groot fragment van een vuistbijl op en een afslagje. Dat afslagje had zich vermomd als een Mesolithisch exemplaar, en werd daarom niet ingemeten. Bij thuiskomst bleek het echter toch om een Midden Paleolithisch exemplaar te gaan. Kan gebeuren.

Henk raapte tot ieders verrassing een groot fragment van een vuistbijl op.

Al met al konden we de akker met een zeer tevreden gevoel achterlaten voor de zoekstop tot het najaar.

Storm oogsten

Vol goede moed gingen we met een selecte groep afgelopen zondag het veld in. Er was flink wat regen gevallen. Zeijen West was vorig jaar een grote tegenvaller, maar zoveel regen, moest er toch wel wat op te rapen zijn, zeker met zoveel ervaren mensen. We droomden van bladspitsen die door de lucht dwarrelden, tussen de andere blaadjes…

Goed ingepakt om windkracht 7 met regen te weerstaan.

Het mocht echter niet zo zijn. De wind was zo hard dat we zelf bijna ons evenwicht verloren. Wel veel stenen, maar geen artefacten.

Na afloop schoot de landeigenaar ons aan. Of we toestemming hadden van de eigenaar? Een praatje met hem klaarde dan tenminste die lucht, met het verzoek bij een volgende zoektocht even te bellen.

Om deze teleurstelling te verwerken, togen we ’s middags naar Peest. Hier konden we haast niet teleurgesteld worden.

Giel verraste ons met een enorme kern (of is het een halffabricaat van een vuistbijl?), die hij had opgeraapt toen hij met Henk achter de rooimachine aanliep, een maand eerder. Het materiaal van de kern is zeer grofkorrelig; hierdoor was er bij hem twijfel gerezen of het een artefact was.

Giel toont een enorme kern (of halffabricaat van een vuistbijl?), die hij eerder opraapte achter de rooimachine.

Na deze opsteker, gingen we het veld in, direct naar concentratie B. Het weer was inmiddels wat beter, en de zichtbaarheid behoorlijk goed, al lag er nog wat bladeren en aardappelloof. En natuurlijk grote plassen.

Het geluk lachte ons niet toe. Pas laat in de middag werd eerst door Marcel en daarna door Gijsbert een afslagje gevonden; beide waren nog gefragmenteerd ook.

Terug bij de auto’s troffen we boer Johan. We wisselden over en weer nieuwtjes uit. En we hielpen hem met het afdekken van de berg aardappels; het doek was eraf gewaaid.

De les van de dag was toch wel dat je storm kunt oogsten zonder wind te zaaien.