boekpresentatie in de statenzaal van het drents museum

Vrijdag 4 oktober 2019 is het boek ‘De Neanderthaler in Noord-Nederland. Leven aan de rand van de oerwereld’ gepresenteerd tijdens een voor dat doel belegde bijeenkomst in de oude Statenzaal van het Drents Museum. De zaal was nagenoeg gevuld. Het is niet overdreven om te stellen dat deze dag voor iedereen die op wat voor manier dan ook betrokken is bij het project, de kroon was op jaren lang ploeteren voor de zaak van de Neanderthalers, niet in de laatste plaats voor de auteurs Marcel Niekus en Evert van Ginkel, en fotograaf/vormgever Frans de Vries.

Een goed gevulde Statenzaal van het Drents Museum voor de presentatie van het boek.

Alexander Verpoorte (Universiteit van Leiden) gaf een kort resumé van de stand van onderzoek naar de Neanderthaler om de aanwezigen over dit onderwerp bij te praten.

Hierna kreeg Harry Tupan, directeur van het Drents Museum, het woord. Hij benadrukte dat de Drentse roots en de archeologie een belangrijke pijler zijn voor het museum, naast een internationale ambitie met bijzondere tentoonstellingen over archeologie uit alle delen van de wereld. Hij zegde toe dat de vondsten uit Peest een prominente plaats zullen krijgen in een nieuwe opstelling die over twee jaar gerealiseerd zal worden.

De historie van het Neanderthaler-onderzoek in Drenthe, en Peest in het bijzonder, werd belicht door Marcel Niekus.

Gedeputeerde Cees Bijl benadrukte het belang van de geschiedenis voor de provincie Drenthe. Het verhaal van Peest past naadloos in het profiel van Drenthe als OERprovincie. De provincie verbindt zich daarom graag aan dit project. Het was aan hem om het eerste exemplaar uit te reiken aan misschien wel de meest doorgewinterde zoeker: Henk Paas. De laatste benadrukte dat we het met zijn allen doen en we doen het voor de Neanderthalers (althans de reconstructie van hun leefwijze).

Uitreiking van het eerste exemplaar van het boek door gedeputeerde Cees Bijl aan Henk Paas. Geheel links fotograaf en vormgever Frans de Vries, geflankeerd door auteur Evert van Ginkel, geheel rechts Marcel Niekus. (foto Hans Dekker)

Het boek heeft een lovende recensie (met 5 sterren) gekregen in het Dagblad van het Noorden: “een boek dat leest als een spannende
avonturenroman”
. En: “Geïllustreerd met prachtige tekeningen van Ulco Glimmerveen schetsen de auteurs het leven van een groepje
neanderthalers tijdens een winterdag aan de beek (geïnspireerd door de vondst van een jachtkamp op de vindplaats Peest A) en een voorjaarsdag op de rug van het beekdal.
” De sublieme foto’s van de werktuigen door Frans de Vries (Toonbeeld) maken van elk artefact een kunstwerk, waarop elk detail zichtbaar is.

Ook de mededeling van Harry Tupan dat de vondsten van Peest een prominente plaats zullen krijgen in het museum is niet onopgemerkt gebleven.

Stichting Stone dankt alle personen en organisaties die hebben bijgedragen aan de realisatie van dit project en die het mogelijk hebben gemaakt dit werk te tot stand te laten komen. Dit zal iedereen hernieuwde energie geven verder de diepte in te gaan op zoek naar sporen van Neanderthalers!

Klik klak klingkern!

Het zoekseizoen loopt alweer ten einde. De boeren zijn gestart met bemesten en het zaaien zal spoedig volgen. In totaal zouden we met acht man sterk het veld gaan belopen. De condities waren ideaal: de grond was goed afgespoeld en enigszins opgedroogd na de overvloedige regenval. En het was half bewolkt.

We starten bij concentratie C, natuurlijk in de hoop nog wat stukken toe te voegen aan de collectie. Maar zoals het gaat, aan je verwachtingen wordt niet voldaan. Het zoeken leverde hier niets op. Geen resultaat is ook een resultaat.

Zoeken op concentratie C
Zoeken op concentratie C is deze keer zonder resultaat gebleven.

Op naar concentratie B. We hadden hier natuurlijk al intensief gezocht en niets vinden, zou betekenen dat we eerder ons werk goed gedaan hadden. Maar het zit in de mens om toch te hopen op een vondst.

Zoals gebruikelijk begonnen we onderaan het veld bij de wending. Dat leverde geen resultaat op. Ook de flank van de akker bleef vondstloos. Pas toen we versterking kregen van ‘onze’ fotograaf Frans de Vries (Toonbeeld) keerden onze kansen: hij raapte en passant een kerntje op.

Voor het beste resultaat moet je als fotograaf soms een bijzondere positie innemen.
Voor het beste resultaat moet je als fotograaf soms een bijzondere positie innemen.

Bijna gelijktijdig pakte Henk een moeilijke cortex-afslag op. Nog een afslag volgde. De vondst van de dag was toch wel een klingkern door Marcel, de eerste van de vindplaats.

De klingkern van Marcel.
De klingkern van Marcel.

Al met al toch weer een mooi resultaat.

Een ABC-tje

Afgelopen zondag wilden we de zuidkant van de akker bij Assen weer eens aflopen, inclusief het vuistbijlen vak A. Het was alweer lang geleden dat we serieus aan die kant van de akker hadden gezocht. We waren met tien man sterk, allen ervaren zoekers. Het beloofde een mooi dag te worden. De grond was erg goed afgeregend en de zichtbaarheid wel haast optimaal, op wat plukken omgewerkt gras na. De weergoden hadden in de ochtend nog een flinke bui voor ons bedacht, maar daar lieten we ons niet door weerhouden.

De weergoden sloegen ons met striemende regen in de ochtend
In de ochtend sloegen de weergoden ons met striemende regen. We lieten ons hierdoor niet tegenhouden.

In het verleden hadden we langs de zuidzijde een redelijke hoeveelheid artefacten opgeraapt. Maar al een aantal jaar leverde die kant van de akker niets meer op. Zo ook nu niet. Toch voelde het goed om er weer eens te kijken. Pas tegen het middaguur, toen een aantal aangaven andere verplichtingen te hebben, leek het tij te keren met de vondst van een enorme afslag door Bernard nabij het vuistbijlvak, waarvan na bestudering echter niet zeker is of het geen geofact is.

Berhard met een afslag-achtige vuursteen.
Bernhard met een afslag-achtige vuursteen.

De groep was wat uitgedund toen we aan vak A begonnen. Al direct raapte marcel een bewerkte steen op, dat mogelijk een fragment van een vuistbijl is. In het verlengde van het vak raapte Gijsbert eerst een klein fragment op en later een klassieke, nogal forse afslag op.

Gijsbert toont zijn klassieke, forse afslag.
Gijsbert toont zijn klassieke, forse afslag.

Niet iedereen die A zegt, zegt ook B. De groep dunde zich steeds verder uit. De rest verpoosde zich op het bankje ter herinnering aan Dick Brinkhuizen. Hierna wilden we langs de westkant van de akker richting concentratie B lopen. De akker was hier dermate drassig dat we het hoger op moesten zoeken. Maar het werd wel duidelijk dat hier maar weinig steen lag.

Uitrusten op (en voor) het bankje ter herinnering aan Dick Brinkhuizen.
Uitrusten op (en voor) het bankje ter herinnering aan Dick Brinkhuizen.

Concentratie B was door de overvloedige regen een week eerder niet compleet afgezocht. Daarom wilden we er ook nu weer heen. En niet voor niets. Marcel raapte twee kernen op en Henk een mooi afslagje.

En wie B zegt, zegt ook C: hier raapte Henk een fragment van een kern of vuistbijl op met een afslag uit de Midden- of Jonge Steentijd: hergebruik van materialen is geen recent idee.

Concentratie C wordt steeds interessanter.